Veilig Fietsen in Groepen

Jouw Gids voor een Veiligere Fietsrit

Bij FTC Smallingerland vinden we het belangrijk dat iedereen veilig en met plezier kan fietsen. Daarom hebben we enkele basisregels en afspraken opgesteld die bijdragen aan een "lekker fietsen" ervaring voor elke fietser. Ten eerste is het van essentieel belang dat iedereen zich aan de afgesproken tempo's houdt. Dit respecteert de vaardigheid en de snelheid van alle groepsleden.  Daarnaast is het belangrijk om altijd goed te communiceren binnen de groep. Hiervoor wordt er bij de start van de rit voor elke groep een wegkapitein aangewezen. Volg de instructies van de wegkapitein op. Deze geeft tijdig signalen als er van richting wordt verandert of als er obstakels op de weg zijn. Dit zorgt voor een veilige en soepele rit voor iedereen. Elk lid van FTC Smallingerland is een ambassadeur van veiligheid en respect. Laten we samen ervoor zorgen dat onze fietsrit niet alleen leuk, maar ook veilig is!

Fietsplezier voor Iedereen

Bij FTC Smallingerland geloven we dat fietsen een geweldige manier is om gezond te blijven en nieuwe vrienden te maken. Om dat te kunnen bereiken, fietsen we in niveaugroepen, gerelateerd naar kruissnelheid. Genoemde snelheden gelden voor racefiets tochten. De groepsindeling wordt ook bij veldritten en ATB-toertochten gehanteerd, maar dan met aangepaste snelheden. Niveaugroepen:

  • Groep 1: kruissnelheid 30 km of hoger.
  • Groep 2: kruissnelheid max. 30 km.
  • Groep 3: kruissnelheid max. 28 km.

Groepen en snelheden:

  • De groepen houden zich aan de afgesproken kruissnelheden.
  • Afhankelijk van de weersomstandigheden kan hiervan naar boven of naar beneden worden afgeweken.
  • Binnen de bebouwde kom wordt niet harder dan 25 km/u gereden. De wegkapitein is hiervoor verantwoordelijk.
  • Indien snellere rijders met een langzamere groep meerijden, dienen ze zich aan te passen aan de afgesproken snelheid van deze groep.
  • Het principe "samen uit samen thuis" blijft bepalend en leidend voor iedere groep.
  • Veilig rijgedrag is bepalend voor alle groepen onder alle omstandigheden.
  • Indien een persoon het tempo in de groep niet kan volgen, wordt door de groep iemand of meerdere personen aan betreffende persoon toegewezen om samen de weg te vervolgen. De wegkapitein is hiervoor verantwoordelijk en regelt dit.
  • Er mogen nooit één of meerdere personen die het tempo niet kunnen volgen, worden achtergelaten door de groep zonder dat hierover uitdrukkelijk afspraken zijn gemaakt!

Leiding

Elke groep heeft een leider, wegkapitein genaamd. De wegkapitein bepaalt de route, geeft tijdig en duidelijk de richting aan (aan de voorrijders) en draagt zorg voor het bijeen houden van de groep. Bij een grote groep fietsers kan hij/zij iemand aanwijzen om in de staart van de groep te fietsen.

Veiligheid en gedragsregels:

Het dragen van een fietshelm is VERPLICHT!

  • De voorrijders bepalen het tempo op aangeven van de wegkapitein.
  • De voorrijders geven duidelijk en tijdig de richting aan.
  • De gehele groep houdt zich aan de verkeersregels.
  • Geef op smalle wegen auto's de gelegenheid te passeren.
  • Dus achter elkaar fietsen. Komt de auto van achteren dan ritsen naar voren, komt deze van voren dan ritsen naar achteren.
  • Tijdens het fietsen de handen bij de remmen. Hierdoor kun je indien nodig sneller reageren. Natuurlijk ALTIJD DE HANDEN AAN HET STUUR .
  • Blijf beleefd tegen medeweggebruikers.
  • Bij ongemak, zoals bijvoorbeeld een lekke band, stopt de hele groep en wacht tot er weer gestart kan worden. Zorg dat je op een veilige plaats staat.
  • Het aflossen geschiedt tegen de klokrichting in, op aangeven van de wegkapitein.
  • Deze blijft op de tweede plaats aan de buitenkant. Hij/zij laat ruimte aan de binnenkant voor de afvaller.
  • De volgende signalen worden gebruikt en moeten in het peloton worden doorgegeven:
  • Stoppen: de voorrijders geven een stopteken met de arm (arm omhoog en stil) en roepen STOP.
  • Vrij: de voorrijders geven een oprijteken met de arm (arm omhoog en voorwaartse beweging maken) en roepen VRIJ.
  • Linksaf: de voorrijders geven tijdig de richting aan met de arm (arm naar links uitsteken) en roepen LINKS.
  • Rechtsaf: de voorrijders geven tijdig de richting aan met de arm (arm naar rechts uitsteken) en roepen RECHTS .
  • Bij onoverzichtelijke kruisingen of splitsingen rechtdoor, geen armsignaal maar roepen VRIJ.
  • Auto of obstakel RECHTS van de weg: de voorrijders geven met hun rechterarm aan dat je ruimte moet maken (arm naar achteren en teken met hand naar links) en roepen VOOR .
  • Auto of obstakel LINKS van de weg: de voorrijders geven met hun linkerarm aan dat je ruimte moet maken (arm naar achteren en teken met hand naar rechts) en roepen TEGEN.
  • Obstakels op de weg (paaltjes, gaten, takken, grint, modder, enz.): de voorrijders geven met linker- of rechterarm aan dat je ruimte moet maken (arm naar beneden en met hand zwaaiende beweging heen en weer) en roepen PAALTJE / PAS OP.
  • Auto komt van achteren: de achterste rijders roepen AUTO ACHTER.
  • Pech of lek: als het je overkomt of je ziet het van een ander, roep je PECH / LEK . Doorrijden naar een veilige plek bijvoorbeeld inrit of berm.
  • Bij twijfel: Altijd langzaam doorrijden, niet abrupt naar links of rechts.
  • Remmen: nooit plotseling remmen, alleen in noodgevallen.

NOOIT

In de berm: NOOIT proberen terug te sturen maar zachtjes afremmen en pas bij stilstand weer op de weg komen wanneer dit kan.

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.